Ik ben niet opgegroeid met huisdieren. Of, nee, wacht, ik had ooit een cavia. En later een konijn. Ze hebben me beide wel eens gebeten. Dat de cavia 'Zwartje' heette weet ik ook nog, maar volgens mij had het konijn iedere maand een andere naam (naar gelang de meest recente overleden rockster of acteur: Freddy, Kurt, River...). Nuja, ik was in ieder geval redelijk opgelucht toen ze overleden. Ik had maar weinig met die harige, bijtende knaagdieren. En ze stonken ook nog eens bij tijd en wijle. (Dat die hokken schoon moesten wist ik best, het was alleen niet altijd de prioriteit van een 13-jarige puber. Shame on me.) Van katten krijg ik de kriebels en haren op mijn broek, honden stinken naar natte dweil en springen tegen me op. Vissen glibberen, vogels pikken, muizen zijn gewoon eng en vies en paarden zijn... nouja, nogal onhandig om te houden in een twee-onder-een-kap of appartement. Huisdieren. Niets voor mij!
Op een boerderij is dat wel anders. Vaak zijn er, naast het aanwezige vee dat gehouden wordt, de nodige 'hobbydieren'; kipjes, eendjes, hertjes, ganzen, struisvogels, gnoe's, dwergpony's, katten, duiven... Ik heb wel gekker gezien. Maar het meest dominante, indrukwekkende en nachtmerries veroorzakende beest op de boerderij is meestal: DE. WAAKHOND. De beschermer van het erf, afschrikmiddel voor ongewenste gasten en, als het even kan, gewoon een gezelschapsdier.
Zo ook bij R.
Op mijn allereerste koffiedate werd ik tegemoet gerend door een angstaanjagend grote herdershond, die het kleine peugeotje waarin ik reed likkebaardend benaderde, alsof het een lekker kluifje was.Wat te doen. Uitstappen? Omkeren? Wachten tot R. mij zou komen bevrijden? Ik besloot me niet te laten kennen en begaf me met knikkende knietjes op het erf. Gelukkig verscheen R. in de deuropening om B. (de hond) terug te roepen. Oef.
Twee maanden later, hond en ik houden elkaar op respectabele afstand, krijg ik ineens een grom. Zit ik te veel met R. te kussen? Ben ik te vaak op de boerderij, 'zijn' terrein? Ik weet het niet, maar wat ik wel weet, is dat ik de bibbers heb. Bij R. gedraagt B. zich als een schoothondje. Ze rollen stoeiend over de grond, B. haalt stokken op en gaat zitten als R. het commando geeft. Bij mij is dat anders. B. is dominant, ik krijg een vileine blik, een snuif of dauw als ik niet snel genoeg aan de kant ga. Als ik in de tuin lig te lezen, staart ie me vanaf het erf een half uur lang intimiderend aan. Als ik R. een zoen geef, jankt ie. Duidelijk. Meneer (B. is een reu) is jaloers.
R. pakt de hond stevig aan en corrigeert 'm prima, maar als R. uit het blikveld verdwijnt is B. een ongeleid projectiel. Hoewel, na een half jaar verandert er iets. Als een vriendin op bezoek komt, gaat B. naast mij staan en laat een zachte grom richting vriendin horen. Niet oke natuurlijk, maar ik kan wel janken van geluk: Hoera!! Ik hoor bij de roedel!!!! Maar omdat B. te dominant gedrag blijft vertonen besluit R. de hond te laten castreren. Ai. Dat neemt ie me vast kwalijk.....
Nu ligt ie voor me op het verse laminaat. Te zuchten in zijn slaap. Of toch niet?
Zie je wel: met een half oog loert hij naar mij op de bank. Vertrouwt mij nog voor geen cent. Denk ik. Het is in ieder geval niet de blik van een devote hond naar zijn baasje. Als dat maar goed gaat...
Het gaat over kwetsbare kinderen.
4 dagen geleden
Geen opmerkingen:
Een reactie posten