Een aantal van hen kende ik al. Sterker nog; ik heb er ooit eentje gekust! (Waar carnaval al niet goed voor was). De vriendengroep van RR, 11 stuks man, RR niet meegerekend.
Ik weet niet of het iets Achterhoeks is, of misschien iets provinciaals: een leven lang bevriend. Niet met 1, maar met minimaal 7. Een echte groep. (Door) dik en dun. Mannen, jongens. Bijna altijd zijn het groepen jongens. Vrouwen houden het niet zo lang met elkaar vol zonder intriges en gekonkel. Vrienden van jongs af aan. Letterlijk: vriend 1 was drie dagen oud, toen hij zijn wieg al deelde met RR.
Niet dat er nooit strijd was; zo bouwden RR en vriend 1 eens een heuse verdedigingswal tussen twee tuinen om vriend 2 'in de val te lokken'. Ze waren zeven.
Natuurlijk, vriend 5 en 8 haakten af, maar vriend 11 en 12 kwamen er bij. Vanaf het 16/17e levensjaar was de groep compleet en zwoer men elkander trouw. Het is net een jongensboek.
Bij een groep hoort natuurlijk een groepsnaam. Welke dat is, doet er niet toe. Laten we het erop houden dat je op je 16e een naam verzint voor 'de kameraden', die enorm stoer is, maar die op je 33e toch iets genant blijkt. Vervelend, want men kent de vrienden al zo'n 17 jaar onder die specifieke naam, en die zal nooit meer veranderen, hoe hard vriend 9 dat ook wil.
Vanaf hun 14e staan ze samen in de kroeg, misselijk wordend van bier en straaljagers, beschaamd krabbend aan een puistje. Samen loerend naar de meisjes en als puntje bij paaltje komt verlegen worden en de verdedigingslinies optrekken. Je kent dat wel, met z'n allen in een kringetje, met de rug naar de buitenwereld. 'De rest doet ons niets'. (Met uitzondering van vriend 2 trouwens. Die had als eerste door hoe het werkte bij meisjes, enzo. Met succes.)
En zo was het vele jaren, ik kende de club niet anders. Van een afstandje, met die ruggen. Het schenen leuke, creatieve kerels te zijn, die zo af en toe voor wat reuring zorgden. Maar echt hoogte kreeg je er niet van, van die ruggen. (Eigenlijk nog een wonder dat ik er ooit een zo ver heb gekregen dat ie zich omdraaide en mij een zoen gaf.)
Tot ik verkering kreeg met RR. Werd er met de carnaval (ja, weer die vermaledijde carnaval) nog enigszins besmuikt over een schouder gegluurd hoe RR mij het hof maakte, na drie weken en twee dates werd ik ook in hun harten gesloten. De ruggen draaiden om en ineens was de groep geen groep meer, maar een stel unieke individuen: De getemde ladykiller van voorheen; de macho vol bravoure met het kleine, gevoelige hart. De iets lompe kerel met de warme glimlach en het hoge 'kom maar bij mij' gehalte. De gastvrije zakenman met de enorme drive, de creatieve rauwdouwer met de twinkeling in zijn ogen. De culinaire gadgetfreak die iedereen bij de les houdt. De charmante -ietwat weetjesverslaafde- eigenheimer. De popprofessor die voor iedereen door het vuur gaat, de altijd attente servicemanager (niet zijn beroep), de blozende beer en de laconieke, zorgzame kat-uit-de-boom-kijker.
Alles doen ze voor elkaar. En degenen die ze lief hebben. Puur, oprecht en welkom. Bijzonder. Koesteren die hap!
En die rug naar de rest? Ik gok nog steeds op verlegenheid.
Het gaat over kwetsbare kinderen.
4 dagen geleden
Geen opmerkingen:
Een reactie posten